Direct naar paginainhoud

Ontginningsschuur en bijbehorend erf

Basisgegevens
Naam: Ontginningsschuur en bijbehorend erf
Adres: Von Draisweg 15, Almere (Almere Stad, gemeente Almere)
Start bouw: 1977
Oplevering: 1978
Architect: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
Kadastrale gegevens: Gemeente Almere, sectie F, nummer 00352. En het gebied tussen de sloten wat binnen de kadastrale gegevens hoort bij sectie F, nummer 02870. Met uitzondering van sectie F, nummer 00189 (het elektriciteitshuisje)
Zoals in paars is aangegeven in onderstaand kaartje:

De redengevende omschrijving is gebaseerd op de volgende rapporten:

  • Isabel van Lent, Cultuurhistorische waardestelling Ontginningsschuur Von Draisweg 15 Almere, september 2023
  • Participatieverslag Landbouwschuur aan de Von Draisweg 15 in Almere, 2024
  • Advies monumentwaardigheid ontginningsschuur Von Draisweg 15, Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Almere, november 2024

Inleiding

In mei 1968 viel Zuidelijk Flevoland droog en kon het lastige karwei beginnen om de kleigrond gereed te maken voor bouw- en landbouwgrond. Tijdens deze staatsontginning door de Rijksdienst van de IJsselmeerpolders (RIJP) waren schuren nodig om oogsten op te slaan en werkvoertuigen en materialen te kunnen stallen. Hiervoor werden grote loodsen ontwikkeld en op strategische locaties in de nog lege polder neergezet, zodat deze ook in de toekomst een nuttige bestemming konden krijgen. Een van deze schuren is nog te vinden aan de Von Draisweg 15 aan de Noorderplassen in Almere. De ontginningsschuur maakt deel uit van de pioniersfase van Almere. Deze schuur en bijbehorend erf is van monumentale waarde voor de gemeente Almere.

Geschiedenis

Met het droogvallen van Zuidelijk Flevoland in 1968 begon voor de RIJP een grote uitdaging, namelijk het land geschikt maken voor bewoning en landbouw. De natte kleigrond werd eerst ingezaaid met riet, wat daarna werd afgebrand. Vervolgens werden granen en koolzaad geplant om de bodem te ontwateren. Voor de waterafvoer werden greppels gegraven, die later vervangen werden door drainagebuizen. Tijdens deze ontginningsperiode waren schuren nodig voor het opslaan van materialen, werkvoertuigen en oogsten. Daarvoor werden grote loodsen op strategische plekken neergezet.
Door de schaalvergroting in Zuidelijk Flevoland en ervaringen uit Oostelijk Flevoland en de Noordoostpolder besloot de RIJP nieuwe schuren te ontwerpen die beter pasten bij de grotere kavels. In 1971 werd een plan opgesteld voor de bouw van zo'n 20 ontginningsschuren verspreid over het gebied. In het plan werd rekening gehouden met de toekomstige bestemming van de gebieden. De RIJP verwachtte de schuren vijf jaar te gebruiken voor de ontginning, waarna ze een andere functie zouden krijgen die paste bij de nieuwe bestemming van het gebied. De meeste schuren zouden in agrarische gebieden komen, een kleiner deel zou komen waar later recreatie of stedelijke ontwikkeling bedoeld was. Om een eenheid in de vormgeving te creëren, werden er in de beginperiode ontwerpregels opgesteld door het Welstandstoezicht. Hierdoor kregen de ontginningsschuren een eigentijds ontwerp.

In 1977 werd gestart met de bouw van een ontginningsschuur op kavel AZ 102. De weg aan deze kavel zou later de Von Draisweg worden genoemd. Voor de schuur aan de Von Draisweg werd gekozen voor een speciale variant van het Tn-schuurtype. In plaats van de gebruikelijke houten spanten werden stalen spanten gebruikt. Ook anders is dat er in de schuur geen ruimte is opgenomen voor een werkplaats en schaftruimte. Daarnaast verschilde ook de dakvorm ten opzichte van de gewone Tn-schuur; deze heeft aan alle zijden een grote overstek.

Hoewel de RIJP had verwacht dat de schuur aan de Von Draisweg een functie in de recreatie of watersport zou krijgen vanwege de ligging aan de Noorderplassen, werd dat niet gerealiseerd. De schuur werd bij de gemeentewording in 1984 door het Rijk overgedragen aan gemeente Almere. In de jaren negentig werd de schuur gebruikt door ingenieursbureau Oranjewoud als opslagloods. Vanaf 2011 kwam de schuur leeg te staan. Sinds 2015 wordt de schuur gebruikt door Stichting Behoud Oude Technieken (BOT).

Gebouw- en omgevingsbeschrijving

De schuur heeft een rechthoekige plattegrond van 36 bij 22,9 meter. De schuur is opgebouwd op 9 driescharnierspanten van verlijmd hout met houten gordingen en een stalen windverband. De 8 traveeën hebben elk een breedte van 4,5 meter. De schuur is voorzien van een aan alle zijden (ook aan de kopgevels) overhangend zadeldak. Beide dakschilden zijn bekleed met 11 rijen van zwarte golfprofielplaten. Op beide dakschilden is 1 rij aangebracht met lichtdoorlatende golfplaten. Het dak heeft een forse overstek ten opzichte van de witte betonplanten waarmee de wanden bekleed zijn. Het gebouw is voorzien van 3 rood geschilderde roldeuren. In de kopgevel aan de oostzijde zit de hoofdentree in de vorm van een 6,47 meter brede roldeur, links daarvan bevindt zich een entreedeur. In de kopgevel aan de westzijde zit een iets kleinere roldeur van 5,47 meter breed. De derde roldeur zit in de noordelijke zijgevel en is 4,09 meter breed. Bij de roldeuren wordt de contour van het zwarte dak onderbroken.

De schuur ligt parallel aan de Von Draisweg op een erf omlijst met bomenrijen en een smalle sloot. De enige toegang van en naar het erf is vanaf de Von Draisweg. Het erf is ingericht met een met klinkers bestrate toegangsweg die rondom de schuur loopt. Het object verkeerd gezien de verwachte levensduur van 20 tot 30 jaar in goede staat.

Omvang van de bescherming

De bescherming heeft betrekking op de bouwmassa aan Von Draisweg 15 en het bijbehorende erf en richt zich op:

  • De contour van het exterieur: de rechthoekige vorm van de schuur en het zadeldak met een overstek
  • Het erf en de opzet ervan: de begrenzing van het erf is aangegeven op het kaartje
  • De bomenrijen rondom het erf

Waardering

Het object en de bijbehorende omgeving is van algemeen belang voor de gemeente Almere vanwege de situationele en ensemblewaarden, cultuurhistorische waarden en identiteitswaarden.

Situationele en ensemblewaarden

De ontginningsschuur en bijbehorende erf hebben een ensemblewaarde vanwege de ligging, de historie van de polder en de ontwikkeling van het landschap waarmee het ensemble onverbrekelijk is verbonden. De schuur met het omliggende verharde erf ligt in een landschappelijke en lommerrijke setting aan de Von Draisweg bij de Noorderplassen, die sinds de ontginningsperiode nagenoeg hetzelfde is gebleven. De verkaveling van de RIJP is hier te af te lezen in het landschap. De inrichting van het erf met rondom geplante bomenrijen biedt beschutting in het open land.

Cultuurhistorische waarden

De cultuurhistorische waarde van de schuur is hoog: als laatst overgebleven exemplaar van een ontginningsschuur in Almere en een van de gaafste en oudste schuren van Zuidelijk Flevoland. De schuur en het erf maken de ontginningsgeschiedenis van Almere inzichtelijk. Ontginningsschuren vormden eind jaren ‘70 van de twintigste eeuw de eerste bebouwing in het drooggevallen Zuidelijk Flevoland. De schuren dienden tijdens de ontginning als werkruimte, en voor het bergen van werktuigen en materialen. Met het oog op de toekomst ontwierp de RIJP de schuren zo dat deze later herbestemd worden voor andere functies als akkerbouwbedrijf, kampeerschuur of manege.

Identiteitswaarden

De schuur vertelt het verhaal van de ontginning van Almere en de planmatige aanpak van de ontwerpers. De Noorderplassen werden gegraven voor zandwinning, maar ook met het doel om er een recreatiegebied van te maken. De ontginningsschuur werd in eerste instantie gebruikt door de RIJP, maar er werd ook geanticipeerd op een vervolg zoals een recreatieve functie bij de Noorderplassen. Dit past bij de ideeën van planmatigheid en maakbaarheid die zo kenmerkend zijn voor het ontstaan van Almere. Uit participatief onderzoek is gebleken dat de schuur en het erf als symbool wordt gezien voor de pionierstijd van Almere. De plek en de schuur wordt ook als ruimtelijk herkenningspunt gezien waaraan de geschiedenis van de plek af te lezen is.

Illustratie Almere skyline