Direct naar paginainhoud

Veranderend landschap

Almere is nu een vlakke polder. Maar wist je dat het landschap van Almere er heel anders heeft uitgezien? In duizenden jaren tijd is het van alles geweest: een plek vol ijs en sneeuw, een kustgebied in een warm klimaat, een koude poolwoestijn, een Veluwe-achtig bosgebied, een waterrijk moeras en een woeste zee.

IJs en sneeuw

Van 250.000 tot ongeveer 130.000 jaar geleden was er een ijstijd in Europa. Die ijstijd noemen we het ‘Saalien’. Grote gletsjers uit Scandinavië hebben het landschap van Almere veranderd. Door het gewicht van het ijs zijn heuvels ontstaan. Die noemen we stuwwallen. Pas aan het eind van het Saalien, als het minder koud wordt, komen er voor het eerst mensen naar het gebied dat nu Almere is. Dat zijn de Neanderthalers.

Almere aan Zee

Na het Saalien wordt het steeds warmer en het ijs smelt. Al dat smeltwater vormt een grote zoetwaterzee in de lagere delen tussen de stuwwallen. Almere ligt dan aan de kust en het is zelfs warmer dan nu. Er komen dieren voor zoals nijlpaarden, hyena’s en bosolifanten. Ook de Neanderthalers wonen nog in het gebied. Deze warme periode heet het ‘Eemien’.

Poolwoestijn

Rond 120.000 jaar geleden begint er weer een nieuwe ijstijd, het ‘Weichselien’. Er ligt niet zo veel sneeuw als in het Saalien, maar het is koud: Almere is een soort poolwoestijn. Het waait veel, waardoor er duinen en zandruggen over de stuwwallen komen te liggen. Het water in de Noordzee staat bijna veertig meter lager dan nu. Je kan zelfs van Nederland naar Engeland lopen. Pas aan het eind van het Weichselien wordt het gebied weer warmer en beter bewoonbaar.

Bossen en rivieren

Zo'n 12.000 jaar geleden, nadat de laatste ijstijd voorbij is, lijkt het landschap in Almere op dat van de Veluwe nu. Door het zandige heuvellandschap kronkelen allerlei beekjes en grote rivieren, zoals de rivier de Eem. Die stroomt door waar nu Almere Buiten en Hout liggen. In deze periode is het gebied heel geschikt om te wonen: er zijn droge plekken voor tenten en hutten, en er is drinkwater en eten. Mensen kunnen goed jagen, en ze verzamelen bessen, noten en eetbare planten. Vanaf ongeveer 7.000 jaar geleden gaan ze zelf dieren houden, graan verbouwen en in boerderijen wonen.

Rivieren en meren

Rond 4.000 voor Christus, tijdens de Nieuwe Steentijd (het Neolithicum), begint het water weer te stijgen. De zee dringt steeds dieper het land binnen. Almere verandert in een moerasgebied met verschillen tussen eb en vloed. Het is een ideale plek voor vogels, vissen en klein wild, maar minder geschikt voor mensen. Alleen op de hogere oevers langs de riviergeulen kunnen mensen nog wonen.

Rond 2.000 voor Christus neemt de invloed van de zee weer af. Almere blijft nog wel lange tijd een uitgestrekt veenmoeras, met grote meren die met geulen aan elkaar zijn verbonden. Het gebied is dan waarschijnlijk te nat om te wonen. Wel is het nog goed bereikbaar met een kano, bijvoorbeeld voor visvangst.

Flevomeer en Aelmere

Rond het jaar 0 is de invloed van de zee nog verder afgenomen. Toch zijn de veenmeren juist gegroeid. Dat komt doordat langs de randen steeds meer veen in het water verdwijnt, bijvoorbeeld tijdens stormen. In het jaar 44 na Christus schrijft de Romein Pomponius over een “lacus ubi campos implevit Flevo dicitur”: een meer dat de velden overstroomt en Flevo wordt genoemd. Daarom noemen we het water in die tijd ook wel het ‘Flevomeer’.

Rond 850 na Christus krijgt het grote meer aan de noordkant een brede verbinding met de zee en wordt steeds zouter. Het meer heeft nu een andere naam. Dat weten we door een reisverslag van de bisschop Bonifatius, die aan het begin van de 8e eeuw schrijft dat hij het ‘Aelmere’ is overgevaren naar Friesland. De betekenis van het woord 'Aelmere' is niet zeker. Sommige taalkundigen denken dat het komt van ‘meer (mere) met paling (âl)’. Anderen zien het woord ‘al’ als de Germaanse vertaling van ‘groot’: groot meer.

Zuiderzee

In de 14e eeuw is het grondgebied van Almere bijna helemaal onder water verdwenen. Het is een zoute zee geworden, de Zuiderzee, die doorloopt in de Waddenzee. Omdat er op de Zuiderzee veel gevaren wordt en het er flink kan stormen, vergaan hier regelmatig schepen. Ze komen terecht op de zeebodem, die later bij de inpoldering van Flevoland werd drooggelegd.

Illustratie Almere skyline